Een vraag voor de student, de docent en de universiteit

Hoe verbeteren we het welzijn van studenten?

Nicole Mastenbroek, Thomas Bijl en Gönül Dilaver
Foto's: Tara van den Broek en Mila Bertens
Thomas Bijl

‘Kijk naar elkaar om’

“Ga het gesprek aan. Vertel een ander hoe het met jou gaat of vraag een ander eens hoe die zich écht voelt.” Dat is het belangrijkste advies dat Thomas Bijl zijn medestudenten wil geven.  

De UU-student is landelijk bestuurslid bij Frisse Gedachtes, een studentenorganisatie die studenten helpt met een chatplatform waar buddy’s een luisterend oor bieden en die studenten aan elkaar koppelt om bijvoorbeeld samen te sporten of te studeren.

“Er zijn zoveel voorbeelden van studenten met wie het niet zo goed gaat”, zegt de masterstudent Organisaties, Verandering & Management. “Weet dus dat je niet alleen bent. Neem iemand in vertrouwen, een medestudent of een huisgenoot bijvoorbeeld.” 

Studenten met problemen kunnen volgens Bijl behalve organisaties als Frisse Gedachtes ook een (studenten)psycholoog benaderen. “Dat laatste klinkt misschien heel heftig. Je kunt tegenwoordig ook coaches inschakelen. Dat geeft direct al een wat positiever gevoel, terwijl die coaches soms met dezelfde dingen helpen.”

Bijl vindt dat ook studenten die zich wél goed voelen iets kunnen doen. “Als je merkt dat het met iemand wat minder gaat, begin daar dan over. Denk daarbij ook aan een huisgenoten die veel op hun kamer zitten of aan een sociaal persoon die zich op een feestje plotseling terugtrekt.” 

Maar de verantwoordelijkheid voor hun welzijn ligt niet alleen bij de studenten zelf, vindt hij. Zo moet de overheid onderwijsinstellingen genoeg middelen geven om ondersteuning te bieden. “Kijk ook naar de studiefinanciering en vergeet daarbij niet de groep studenten die de basisbeurs is misgelopen.” 

Universiteiten en hogescholen moeten de zorg voor studenten goed organiseren, iets wat de UU volgens Bijl goed doet. “Al zou het allemaal wel wat sneller mogen gaan.” Zijn advies voor tutoren is om tijdens individuele of groepsgesprekken stil te staan bij de vraag hoe het met iemand als persoon gaat en niet alleen als de student die vakken moet halen. Studie- en studentenverenigingen kunnen daarnaast hun leden nog beter informeren over de hulp die ze kunnen krijgen. Andere suggesties van Bijl zijn het organiseren van evenementen waar studenten met elkaar in gesprek kunnen gaan en het aanmoedigen van opleidingen om zelf modules te maken over welzijn. 

Maar ook bedrijven kunnen bijdragen. “Nu word je gestimuleerd om bij sollicitaties een zo uitgebreid mogelijk cv te presenteren. Naast je studie moet je ook een baantje, stage én bestuursjaar gedaan hebben. Ik zie liever dat bedrijven zich richten op het vinden van een match: ‘Wat motiveert jou nou echt?’ ‘Wat zie jij in deze baan?’”

Het bestuurslid concludeert: “Neem je verantwoordelijkheid: als bedrijf, als universiteit, als ministerie, als docent en ook als student.”


 

Gönül Dilaver

‘Als een docent oog heeft voor de student, is er meer verbondenheid’

“Een universiteit moet haar best doen om studenten zich thuis te laten voelen. Docenten spelen daar een belangrijke rol in.” Dat zegt Gönül Dilaver, opleidingsdirecteur van  de bacheloropleiding Biomedische Wetenschappen en senior fellow Inclusief Onderwijs. 

Dilaver ziet dat een gevoel van verbondenheid met de opleiding bijdraagt aan het studentenwelzijn. “Als een student zich niet lekker voelt, het gevoel heeft niet bij de groep te horen of misschien dingen niet durft te vragen uit angst om voor ‘raar’ aangezien te worden, kan dat de sociale en academische integratie in de weg staan.” 

Docenten zijn dan belangrijk, denkt ze. Zelf werkt de opleidingsdirecteur mee aan het ontwikkelen van methoden waarmee docenten een optimaal pedagogisch klimaat kunnen creëren. “Het kan echt helpen als de docent meer oog heeft voor de student.” 

Een praktische tip voor docenten is om bij aanvang van een cursus in één of twee uurtjes te bespreken hoe studenten met elkaar en met de docent om willen gaan. Daarbij kan het gaan over de wijze van samenwerken of over het stimuleren om vanuit eigen perspectief dingen in te brengen. “Praat ook met studenten over omgangsvormen. Wat doe je als iemand nooit wat zegt omdat diegene te verlegen is, of als iemand colleges niet voorbereidt.”

Ze pleit er daarnaast voor dat studenten en docenten durven te benoemen dat iets spannend is, of dat studenten zich ergens onzeker over kunnen voelen. Dilaver weet dat studenten op deze manier eerder iets durven aan te geven, bijvoorbeeld dat er thuis iets speelt. “Als docent kun je hiernaar luisteren en mogelijk flexibel zijn met deadlines.” 

De opleidingsdirecteur merkt daarnaast dat de overgang van de middelbare school naar de universiteit spanning met zich mee kan brengen. Ook daar moeten docenten begrip voor hebben. “Als student start je een volledig nieuwe fase in je leven en dan komt ook nog de vraag: Wie ben ik? Dat je persoonlijk ontwikkeling een zoektocht is, zeggen we vooral over de opvoeding bij kinderen. Op de universiteit denken we ineens dat iedereen ‘af’ is, maar dat is niet zo.” 

Dilaver benadrukt dat docenten zichzelf vooral niet als psycholoog moeten zien, want dat is weer “een deskundigheid an sich”. “Wel kun je studenten die met problemen naar jou toe komen, doorsturen naar de studieadviseur.”

Ze ziet veel docenten hard hun best doen om studenten te ondersteunen, maar is zich ook bewust van de hoge werkdruk. Docenten moeten volgens haar onderling het gesprek daarover blijven aangaan en opleidingen moeten docenten laten meedenken. “We moeten ook luisteren naar wat de docenten zelf nodig hebben.”


 

Nicole Mastenbroek

’Je hoeft je niet te schamen als het niet goed gaat’

“Iedereen binnen de universiteit kan bijdragen aan het welzijn van studenten”, vindt Nicole Mastenbroek, lid van de universitaire taskforce studentenwelzijn. “Maar het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van studenten zelf om op hun gezondheid te letten.”

Psychische problemen komen veel voor tijdens de adolescentie, weet Mastenbroek die jarenlang werkzaam was als dierenarts maar promoveerde als psycholoog. “Pas als iemand tussen de 20 en 25 is, zijn de hersenen volgroeid. In diezelfde levensfase maken studenten zich los van hun ouders en komen ze ook nog terecht in een uiterst competitieve omgeving.”

Als studenten begrijpen dat hun welzijn door veel factoren beïnvloed wordt en als ze merken dat zij niet de enige zijn, dan is er al heel wat gewonnen, ervaart de universitair docent Diergeneeskunde tijdens intervisiebijeenkomsten.

Mastenbroek is lid van de taskforce studentenwelzijn die het UU-bestuur adviseert. Het universitaire beleid richtte zich de afgelopen jaren op het vergroten van het bewustzijn van en kennis over studentenwelzijn, bijvoorbeeld door middel van de Wellbeing Week. Daarnaast kwamen er meer studentenpsychologen en groeide het cursusaanbod. Ook is het nu gemakkelijker voor studenten om uit te vinden waar ze hulp kunnen krijgen.

De komende jaren moet hier aandacht voor blijven, vindt Mastenbroek. Maar er ligt ook een nieuw werkprogramma (pdf). “We willen daarmee graag het taboe op het praten over mentale problemen doorbreken. Je hoeft je niet te schamen als het niet goed met je gaat.”

Het zijn volgens Mastenbroek vaak medestudenten die doorhebben dat het niet zo goed met iemand gaat, community-vorming is daarom belangrijk. “Opleidingen kunnen zorgen voor ontmoetingsplekken. Zeker na corona is er grote behoefte aan dat soort studentenhuiskamers.”

Daarnaast pleit de taskforce ervoor de begeleidende tutorrol van docenten serieuzer te nemen. “Tutor zijn is zeker niet gemakkelijk. Docenten moeten getraind worden en er ook echt de tijd voor krijgen.”

Het onderwijs over studentenwelzijn zou tenslotte ook een plek moeten krijgen in het curriculum. Mastenbroek heeft daar zelf goede ervaringen mee, maar ze weet ook dat studenten reflectieopdrachten als zinloze afvinklijstjes kunnen beschouwen. “Het is lastig om daar de goede balans in te vinden, maar studenten moeten leren om zich te engageren met hun eigen welzijn.”

Een universiteit kan niet helemaal voorkomen dat studenten door stress en prestatiedruk in de problemen komen, denkt ze. Ook omdat andere zaken van invloed zijn, bijvoorbeeld de prestatiegerichte maatschappij of sociale media. “Wel kunnen we steun bieden en luisteren. Daarnaast kunnen iets aan de studiecultuur doen, bijvoorbeeld door onze selectie of toetsing te veranderen. Maar uiteindelijk moeten studenten ook zelf aan de slag.”

Volgende week maandag lees je meer op DUB over het nieuwe actieplan voor studentenwelzijn van de UU.

Banner DUB Magazine 2022 cover

Nieuw DUB-magazine nu te lezen!

In het magazine ‘Vallen en Opstaan’ lees je waarom het mentale welzijn van veel studenten onder druk staat. Ze worstelen met de hoge verwachtingen die ze van zichzelf hebben en die anderen van hen hebben. En er is keuzestress; zelfs als het gaat om met wie ze het bed willen delen.

Vier UU-studenten vormden de redactie van het magazine en schreven de meeste verhalen. Kijk hoe je scoort op de perfectiemeter. Leer van andere studenten hoe ze hindernissen overwonnen. Bedenk wat jij vindt van de mogelijke oplossingen waar experts mee komen. Gniffel over onze bekende fotostrip 3Hoog.

Het magazine wordt vanaf 19 oktober verspreid over de hele universiteit. Maar de artikelen zijn ook online te lezen. Klik hier.

Advertentie